ACCORD-CADRE DE SERVICES RELATIF A L’ENLEVEMENT, AU TRANSPORT, ET AU TRAITEMENT DES DECHETS DES STATION D’EPURATION DE BRUXELLES SUD ET NORD ET AUTRES OUVRAGES D’HYDRIA
Acheteur
Publication (JOUE)
Date limite
Type de procédure
Lots
Siège de l'acheteur
Secteur
Description
ACCORD-CADRE DE SERVICES RELATIF A L’ENLEVEMENT, AU TRANSPORT, ET AU TRAITEMENT DES DECHETS DES STATION D’EPURATION DE BRUXELLES SUD ET NORD ET AUTRES OUVRAGES D’HYDRIA
Codes CPV
Lots (8)
Perceel 1 - roostergoed RWZI’s
Perceel 2 - Zand RWZI’s
Perceel 3 - Vetten
Perceel 4 - Ruimen RWZI’s
Perceel 5 - roostergoed collect
Perceel 6 - Ruimen collectoren
Perceel 7 - technozand Noord
Perceel 8 - container en vracht
Voies de recours
Organe de recours
Hydria — Bruxelles
I. BEROEP BIJ DE RAAD VAN STATE I.1. Beroep tot nietigverklaring (artikelen 14 en 31 van de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies; art. 14 van de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State; Regentsbesluit van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State). Deze beslissing kan het voorwerp uitmaken van een vordering tot nietigverklaring voor de Raad van State. Daartoe dient per aangetekend schrijven een gedateerd en ondertekend verzoekschrift tot nietigverklaring verstuurd te worden naar de Raad van State (Wetenschapsstraat 33, in 1040 Brussel), binnen de zestig dagen, te tellen vanaf daags na de verzending van de kennisgeving. Het verzoekschrift moet, behalve de namen, hoedanigheid en zetel van de verzoekende en verwerende partij, het onderwerp van de vordering vermelden en een feitenrelaas en uiteenzetting van de middelen. Er moet ook een kopie van de bestreden handeling worden bijgevoegd. Een kopie van het verzoekschrift dient tegelijk naar de tegenpartij verstuurd te worden. I.2. Vordering tot schorsing volgens de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid (artikelen 15 en 31 van de voornoemde wet van 17 juni 2013; art. 17 van de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State; Regentsbesluit van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State). Een vordering tot schorsing van de bovenbedoelde beslissing kan ook worden ingesteld bij de Raad van State binnen een termijn van vijftien dagen, te tellen vanaf daags na de verzending van de kennisgeving. De procedure die voor deze vordering tot schorsing moet worden gebruikt is de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid. I.3. Verzoek tot voorlopige maatregelen (artikelen 15 en 31 van de voornoemde wet van 17 juni 2013; art. 17 van de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State; art. 18 van de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State). Een verzoek tot voorlopige maatregelen kan worden ingesteld, per aangetekend schrijven, voor de Raad van State, hetzij met de vordering tot schorsing, hetzij met de vordering tot nietigverklaring, of afzonderlijk (in dat laatste geval is de te volgen procedure die van de uiterst dringende noodzakelijkheid), en in elk geval zolang de rechter gevat blijft voor een vordering tot nietigverklaring. Behalve de vermeldingen die vereist zijn voor de vordering tot nietigverklaring of tot schorsing, moet de vordering een beschrijving omvatten van de gevraagde voorlopige maatregelen, een uiteenzetting van de feiten die aantonen dat de voorlopige maatregelen noodzakelijk zijn om de belangen van de partij die ze vordert veilig te stellen en, in geval van de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid, een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen. II. BEROEP BIJ DE GEWONE RECHTBANKEN II.1. Vordering tot schadevergoeding (artikelen 16 en 31 van de voornoemde wet van 17 juni 2013; Gerechtelijk wetboek). Bovendien kan een vordering tot schadevergoeding worden ingesteld voor de rechtbank van eerste aanleg, binnen een termijn van vijf jaar te tellen vanaf de bekendmaking of de kennisneming van de beslissing tot verwerping, afhankelijk van het geval. Deze vordering wordt ingesteld bij dagvaarding, betekend door een gerechtsdeurwaarder. De artikelen 702 tot 706 van het Gerechtelijk wetboek regelen de vorm van de dagvaarding. Het dagvaardingsexploot moet, behalve de namen, hoedanigheid en zetel van de verzoekende en gedagvaarde partij, het onderwerp omvatten en een bondige uiteenzetting van de ingeroepen middelen, de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt, alsook plaats, datum en uur van de zitting.